2 mei 2018

Je eigen racefiets opmeten

Er zijn vele bedrijven die voor jou de fiets aanmeten, zodat je eventuele lichamelijke klachten voorkomt. Dit kan je ook zelf meten. We hebben de belangrijkste zaken voor je op een rijtje gezet. (Let op, onderstaande metingen gelden alleen voor racefietsen)


Eerst je lichaam opmeten

Binnenbeen lengte
Bij de meeste afmetingen wordt de binnenbeen lengte als meetindicator gebruikt. Meet daarom voordat je verder gaat je binnenbeen lengte op. Dit doe je door een boek tussen je benen te doen en daar vervolgens horizontaal een waterpas op te leggen. Als het boek waterpas ligt, dan meet je de afstand tussen de bovenkant van het boek en de grond (zie afbeelding 2 onderaan de pagina). Trek wel eerst je broek en schoenen uit voor je begint te meten. 


Bovenbeenlengte
Ga met je rug tegen de muur zitten. Plaats een boek tegen de muur en meet nu de afstand tussen het boek en de muur.


Romplengte

Plaats al staande een waterpas tussen je benen, net zoals bij je binnenbeen lengte. Houdt de waterpas recht en meet nu de afstand tussen de bovenkant van de waterpas tot aan de onderkant van je kuiltje in je hals. 


Armlengte

Om je armlengte op te meten, is assistentie aan te raden. Zoek het einde van je schouder bot. Houdt nu een pen in de hand, met de hand die je wilt opmeten. Houdt je arm horizontaal (haaks op je lichaam) met de pen omhoog. Meet nu de afstand tussen het schouder bot tot aan de pen. 


Onderaan de pagina vind je afbeelding 1 met de lijnnummers

De zit buis

De lengte van de zit buis (lijn 1) is de afstand tussen het hart van de trapas en het centrum van de kruising met de bovenbuis. Als voorkeur houdt men hier een lengte aan van 66% van je binnenbeen lengte. 


crank lengte

Voor een optimale krachtuitoefening wordt er een crank lengte van 20,4% van het binnenbeen lengte genomen. Hierbij gaat het om het hart van de trapas tot het hart van het pedaal as (lijn 2).


Zadelhoogte

Je ideale zadelhoogte is 88% van je binnenbeen lengte. Deze hoogte is de afstand tussen hart van de trapas en het centrum van het zadel (lijn 3). 


Zadel terug stand

Om een goede gewichtsverdeling te krijgen op beide wielen wordt de zadel terug stand berekend. Dit doe je door de afstand tussen de neus van het zadel en de loodlijn door de trapas te meten (lijn 4). Deze afstand is gelijk aan 19,3% van je bovenbeen lengte (let op, geen binnenbeen lengte).


Boven buislengte

De boven buislengte is de afstand tussen het hart van de kruising van de bovenbuis en de balhoofdbuis (lijn 5). Deze afstand is 49% van je romplengte en armlengte bij elkaar opgeteld. 


Stuur

De hoogte van het stuur heeft grote invloed op de luchtweerstand. Het stuur moet 13,2% van je armlengte lager liggen dan je zadel (lijn 6).
De lengte van de stuurpen is een verlengstuk van je bovenbuis (lijn 7). Je stuurpen lengte moet overeenkomen met 11% van de som romplengte en armlengte. 

Als je met je armen in de beugels zit, dan hebben je ellebogen een hoek van 90 graden. En de onderarm is horizontaal.


Voorvork

De voorvork heeft een lichte buiging. De juistheid van de buiging kan je meten door de de lijn van de balhoofdbuis door te trekken naar de grond. Meet nu de afstand tussen dit punt en de loodrechte lijn van de wielas (lijn 8). Deze afstand mag niet meer dan 6 cm bedragen. Hoe korter deze afstand wordt hoe strakker de fiets stuurt op lage snelheden. 


Hoogte trapas

Dit is een lengte van 26 cm, gemeten van het hart van de trapas tot aan de grond (lijn 9).


Afbeelding 1: Racefiets opmeten
Afbeelding 1: Racefiets opmeten
Afbeelding 2: Binnenbeenlengte opmeten
Afbeelding 2: Binnenbeenlengte opmeten